Het leven is niet makkelijk en je wordt niet geboren met een handleiding. Verlies, verdriet, angst, het hoort erbij. Maar ergens zijn we gaan geloven dat zulke gevoelens een probleem zijn dat opgelost moet worden, bij voorkeur door een professional. Terwijl wat mensen vaak écht nodig hebben, gewoon steun van een naaste is.
Overpsychologisering van de samenleving
Een paar jaar geleden woonde ik een lezing bij van psychiater Dirk de Wachter. Een Vlaamse psychiater met een hele lieve poëtische stem, een stem die an sich rust en comfort brengt. Zijn boodschap was een pijnlijke, maar oh zo verhelderende boodschap. Hij vertelde in zijn lezing dat hij tegenwoordig mensen in zijn praktijk krijgt die denken dat er iets mis met hen is, omdat ze verdriet hebben. Ze vragen hem: “Dokter ik heb zo’n verdriet om mijn overleden partner, kunt u mij beter maken?” Waarop hij hen vertelt dat er juist iets mis met hen zou zijn, wanneer ze géén verdriet zouden voelen bij het overlijden van de partner. Hoe kan het dan toch dat velen van ons dat verdriet niet meer kunnen dragen?
Ik denk om de simpele reden, dat we niet gemaakt zijn om de tegenslagen des levens alléén te dragen. Hoe triest is het dat steeds meer mensen zich in tijden van rouw, ontslag of andere moeilijkheden zo alleen voelen, dat ze naar een psycholoog gaan.” Begrijp mij niet verkeerd, mensen die echt zware persoonlijkheidsproblematiek ervaren, moeten uiteraard geholpen worden door een psychiater of psycholoog. Maar ik ben er heilig van overtuigd dat veel angst, paniek en burn-outs ontstaan, omdat mensen te veel, te lang alleen dragen. Is het dan een kwestie van aanleg, of heeft het er alles mee te maken dat sommige mensen altijd alleen hebben gedragen? Waarschijnlijk is het allebei, maar zonder steun wordt zelfs voor de sterkste schouders op den duur te zwaar.
Iemand steunen: hoe doe je dat?
Je hoeft geen psycholoog te zijn om te zien dat het niet goed gaat met iemand. Een blik, een stilte, een opmerking, het zijn signalen die we allemaal kunnen lezen, als we er maar voor openstaan.
Soms zien we het wel, maar kijken we weg. Niet omdat we het niet willen, maar omdat we niet weten hoe. Of omdat we bang zijn iets verkeerds te zeggen.
Toch is het eenvoudiger dan het lijkt. Benoem wat je ziet en stel een simpele vraag: “Hee, ik zie dat het niet zo lekker gaat. Wat heb je op dit moment nodig? Hoe kan ik je helpen?”.
De één heeft veel baat bij fysieke steun, dikke knuffels, een hand vasthouden en lichamelijke nabijheid. De ander vindt het fijn om even te kunnen leunen op een ander, als het letterlijk te veel wordt. Een boodschapje of een pan met eten, kan ruimte creëren voor degene die z’n handen vol heeft aan moeilijke gevoelens.
Gevoelens en emoties verwerken moet iemand zelf doen, maar hulp van vrienden en familie kan het zoveel lichter maken. Naast de eerder genoemde fysieke en praktische steun, kan emotionele steun ook zorgen dat iemand zich gehoord voelt en weet dat het oké is om gevoelens toe te laten. Samen aanwezig zijn bij die gevoelens, dat vergt dapperheid, maar het is zó krachtig.
Stop overpsychologisering: Kijk verder dan je neus lang is
Het doet mij pijn om te weten hoeveel mensen hun problemen tegenwoordig alleen dragen. Leed wordt niet gedeeld en blijft onbesproken. Een collega die zich neerslachtig voelt, omdat hij moeilijk vriendschappen kan onderhouden. Een vriendin die in haar eentje haar onverwerkte trauma’s te lijf gaat en daar maar geen rust in kan vinden. Je jongere buurmeisje die zich angstig voelt over de toekomst, omdat normale levensbehoefte zoals een huis en een betaalbaar leven, onbereikbaar zijn geworden. Die dame in de sportschool wiens man een nieuwe vriendin wilde (en vreemdging), waardoor zij nu met haar kinderen op straat dreigt te komen te staan.
Voel alsjeblieft de urgentie om aandacht te hebben voor de mensen om je heen. Herinner hen eraan dat je er bent. En niet één keer voor de vorm, maar herhaaldelijk. Beter te veel dan te weinig. Vraag door, neem de tijd, bied perspectief, trek hen uit hun eigen mentale kooi, al is het maar voor even.
Jij kan net dat lichtpuntje zijn wat iemand motivatie geeft om door te gaan. Jij kan net degene zijn die een balletje kan laten rollen, waardoor het leven voor iemand weer waarde krijgt.
Niets is pijnlijker en vermoeiender dan geen uitweg meer zien uit een bodemloze put. Dat je naar boven blijft staren in de hoop dat er een ladder naar beneden wordt geworpen. Tot je grote verdriet buigen mensen zich even over de rand van de put, werpen een blik op jouw leed, en roepen naar beneden: “Ach joh, het komt heus wel goed. Over een jaar kun je bij de psycholoog terecht.” Dan lopen ze snel weer verder.

Consistente steun is key
Stop met beloven dat je er altijd bent. Dat is toch niet waar en daarmee creëer je onnodige druk voor jezelf. Wat mensen met een kwetsbare achtergrond nodig hebben, is geen permanente aanwezigheid: het is voorspelbaarheid. Dat kan een wekelijks telefoontje zijn, een vast berichtje, een vertrouwd gezicht op een vaste dag. Klein, maar echt. Het verschil tussen “ik ben er altijd voor je” en “op dinsdag bel ik je” lijkt klein, maar is enorm. De eerste zin is een gevoel. De tweede is een anker. Consistentie hoeft niet totaal te zijn. Maar ze moet echt zijn. Niet als gebaar, maar als gewoonte.
De meeste trauma’s ontstaan in eenzaamheid, op de momenten waarop de pijn het grootst is. Voor mensen met een verslaving, bipolaire stoornis, borderline, autisme of terugkerende depressies is consistentie geen luxe, maar een noodzaak. Wanneer mensen juist dan afstand nemen, tast dat hun vertrouwen in zichzelf en in de wereld diep aan.
Want hier zit een pijnlijke paradox. Een psycholoog wil vaak werken aan het opbouwen van een netwerk: mensen in de omgeving die er zijn, die de persoon kennen, die hem/haar opvangen en steun bieden. Maar datzelfde netwerk houdt afstand en wijst terug naar de psycholoog. Van de psycholoog naar de omgeving, van de omgeving naar de psycholoog. Van het kastje naar de muur, terwijl iemand gewoon op zoek is naar een plek om af en toe op terug te vallen. De realiteit is dat ook een psycholoog na verloop van tijd weer verdwijnt. De kunst is dan ook om jezelf een vangnet te gunnen vol mensen met een gouden hart én consistentie.
Ik weet dat ik soms te veel ben. Dat mijn hoofd op momenten een storm is waar jij ook middenin terechtkomt, zonder dat je daarom gevraagd hebt. Ik zie hoe vermoeiend dat kan zijn, en ik zou het je niet kwalijk nemen als je soms even niet meer weet hoe je met me om moet gaan.
Maar wat ik wil dat je weet, is dat jouw aanwezigheid op die momenten meer betekent, dan ik ooit onder woorden kan brengen. Niet omdat je alles oplost. Niet omdat je de perfecte dingen zegt. Maar gewoon omdat je blijft. Omdat je er bent terwijl het makkelijker zou zijn om weg te lopen.
Dat vergeet ik nooit.
Steun begint met aandacht
Wie zelf kwetsbaarheid kent, heeft vaak iets ontwikkeld wat niet vanzelfsprekend is: het vermogen om echt aanwezig te zijn. Mensen met een moeilijke achtergrond zijn vaak de eersten die contact opnemen, als het misgaat bij een ander. Ze herkennen pijn zonder dat het uitgelegd hoeft te worden. Ze veroordelen niet, want ze kennen de schaamte van binnen.
Juist de mensen van wie we denken dat ze te veel hebben om te dragen, blijken soms het meest in staat om iets te dragen voor een ander.
Dat vraagt om een eerlijke vraag, niet als verwijt, maar als uitnodiging: als iemand, mét alles wat hij/zij meedraagt, toch die stap zet naar de ander toe… Wat houdt ons dan tegen om hetzelfde te doen?



